Handchirurgie

Duimzadelgewrichtartrose, rhizartrose, zadelgewrichtartrose, duimartrose, carpometacarpale artrose I

Oorzaak / ontstaan

Het duimzadelgewricht bevindt zich aan de basis van de duim in de buurt van de pols. Het heet zadelgewricht, omdat het eerste middenhandsbeen op een handwortelbot rust zoals een ruiter op een zadel zit. Bij aanzienlijke belasting, of na een botbreuk waarbij ook de pols betrokken is, kan dit slijten. De kraakbeenlaag wordt steeds dunner tot uiteindelijk bot over bot wrijft. Tenslotte wordt het gewricht stijf.

Symptomen

De zadelgewrichtartrose uit zich door pijnen, die afhankelijk van het stadium en van de patiënt meer of minder heftig kunnen zijn. Soms kan er al bij geringe afwijkingen bij röntgenopnames sprake zijn van extreme pijn. In het algemeen zijn de klachten afhankelijk van de mate aan belasting en vaak weersafhankelijk. Vanwege de pijn wordt de duim weinig gebruikt, waardoor de door pijn veroorzaakte zwakte nog erger wordt. Door de optredende veranderingen in botstructuur en weke delen zwelt het duimzadelgewricht op. Hierdoor kunnen de bandstructuren losser worden waardoor het gewricht instabiel wordt. In een gevorderd stadium ziet men op de röntgenfoto duidelijke veranderingen aan de basis van het eerste middenhandsbeentje en van het grote veelhoekige been (os trapezium). De gewrichtsspleet is dan niet meer zichtbaar.

Verder